Geschiedenis

Zie ook: Lezing over het kerkelijk leven in Overlangbroek tussen 1575 en 1800

Geschiedenis gebouw

De oudste vermelding, waaruit de aanwezigheid van de kerk blijkt, is van 1439. Sint Hyacinthus zou de beschermheilige van de kerk geweest zijn. Het vroegere “koor”is afgebroken in 1832. De preekstoel is van 1768. De kleine koperen kroon is van 1807 en geschonken door de familie De Kruijf.

In 1884 is het portaal vernieuwd. In 1913 werd de consistorie gebouwd zoals deze nu is als vervanging van de vroegere uit 1857. Voor 1832 had de kerk gebrandschilderde ramen. Deze zijn bij sloopwerkzaamheden in 1832 vermoedelijk verkocht. De zerk in het voorportaal uit 1503 heeft, voor het in de muur is geplaatst, in het “koor”gelegen. In 1913 werd de vloer van de consistorie open gebroken en kwam deze steen bloot te liggen. Niet bekend was, dat er een grafkelder onder zat. (zie ook Overlangbroek vanaf 1289: ontdekking van de grafkelder) Hier lag een koperen grafzerk op. Deze is te bezichtigen in het Catharijneconvent in Utrecht. De kerktoren is in 1851 van de burgerlijke gemeente overgedragen aan de kerkvoogdij. Sindsdien ontvangt de kerkvoogdij (nu kerkrentmeesters) van de gemeente Langbroek – nu dus Wijk bij Duurstede – 15 gulden voor het uitsteken van de vlag en het recht ‘van het ophangen van brandslangen’ en het luiden van de klok in geval van oorlog! In 1966 is het gewelf vervangen en zijn de huidige banken geplaatst. Voorheen was er een ‘middenpad’ door de kerk met aan weerszijden banken.

In 1974 werd de torenspits vernieuwd. De verwarming (nu vloerroosters) is in 1977 aangelegd. In 1978 zijn de glas-in-lood ramen geplaatst. Deze ramen zijn ontworpen door de heer J.M. Meine Jansen. In 1980 werden er zes koperen kronen aangeschaft. Het dak van de consistorie werd in 1982 vernieuwd. Het toilet is gebouwd in 1984. Het rococo orgel (uit ongeveer 1765) is in 1986 aangekocht. In 1987 zijn nieuwe dakpannen op de kerk geplaatst. Vanaf 1976 wordt om de twee jaar een bazar gehouden. Van deze opbrengsten zijn veel van bovenstaande aanpassingen betaald.  

In 1988 kreeg de kerk het meubilair dat in de consistorie staat. Het was afkomstig uit de voormalige werkkamer van prof. dr. Wittebol. Hij was directeur van het AZU en woonde aan de langbroekerdijk. Het predikantenbord is aangeschaft in 1991. In 1993 is het bordje geplaatst, waarop de aanvangstijd van de kerkdienst vermeld staat. Het is geschonken door de heer Van de Berg uit Lienden. Hij heeft het predikantenbord en de twee psalmborden gemaakt. Deze twee borden zijn ook in 1993 gekocht. In december 1995 is de ‘Oude School’ eigendom geworden van de kerk. De twee zendingsbussen naast de binnendeuren bij de uitgang zijn gemaakt door Niek van Donselaar. Dit mooie houtsnijwerk is in 1997 opgehangen. In 1997 zijn vier aquarellen gekocht van een eigenaresse uit Doetinchem. De kerk is gerestaureerd in 2000. Deze restauratie werd uitgevoerd door aannemer Jurriëns. De architect was de heer Van de Weijden uit Leersum. Ook het orgel is prachtig gerestaureerd in 2007. Hier was de architect de heer Van Dijk en de orgelrestaurateur de gebr. Van Vulpen uit Utrecht. Ter gelegenheid van de ingebruikname is een prachtige cd gemaakt. Het orgel werd bespeeld door Peter van Dijk en Sebastian van ’t Hart. Hierop staat muziek van componisten uit de periode, dat het orgel is gebouwd. Voorlopig tenslotte: in 2011 is de ‘Oude School’ gerestaureerd.
 wetens11

 

 wetens12
Geschiedenis gemeente
In Overlangbroek waren er twee families die een belangrijke rol speelden in het kerkelijk leven: de families de Cruijf en van Dam. Zo leverden zij o.a. kosters en diakenen voor de kerk. In 1429 wordt de kerk voor het eerst genoemd (naar de heilige Hyacinthus) en in 1575 begint het archief. In dat jaar wordt pastoor de Kruijf door de Domproost benoemd. Zes jaar later, in 1581 wordt de katholieke eredienst verboden door de Staten van Utrecht. De Pastoors mochten aanblijven mits ze niet de nieuwe leer openlijk zouden aanvallen. In 1609 werd J. Bornius als eerste predikant aangesteld en in 1619 werd hij afgezet omdat hij Remonstrants was. In 1621 namen twee Overlangbroekse boeren het initiatief om een nieuwe predikant naar Overlangbroek te krijgen. Zij wilden een eigen predikant en niet iemand uit Wijk bij Duurstede. Er werd een brief naar de Classis geschreven. De gemeente telde 23 meelevende gezinnen. Bij het ‘Nachtmaal’ (Avondmaal) kwamen er 100 mensen in de kerk. Ds. Bossius kwam. Deze was ook Remonstrant geweest. Na zijn vertrek verzochten zes inwoners van Overlangbroek om ds. Drogenbroek te beroepen. In 1630 kreeg men subsidie om de woning van de predikant te repareren. In 1632 kwam ds. C.de Leeuw, die zichzelf meestal aanduidde met Leonius. Deze predikant had een reis naar Brazilië achter de rug en vertelde de mensen over suikerplantages, slavenhandel en guerilla’s. Af en toe ging hij naar Brazilië terug.

Luther

Luther

Zijn zoon bedreef daar zending. Als Junior in de kerk preekte zat de kerk vol. Hij was populair. Onder ds. Notelman (1652) was het rustig.In Overlangbroek waren er wel diakenen maar geen ouderlingen. Er waren te weinig lidmaten. Daarom werd de kerk bestuurd door de classis. En de dominee ging alleen naar de classis. De koster was in de 17e en 18e eeuw een belangrijk figuur in de kerkelijke gemeenschap. Hij was ook voorzanger, gemeentebode, secretaris, doodgraver, vaak ook schoolmeester. De koster werd benoemd door de Ridderhofstad Zuilenburg. Zijn inkomsten ontving hij van de kerkleden. In 1640 klaagde koster J.H. van Dam over zijn geringe traktement. En dat deed hij elk jaar. Naast zijn kosterschap had hij nog inkomsten als herbergier. Zijn opvolger in 1657, Huijbert van Dam was ook herbergier. Deze stond danspartijen toe in zijn huis. In 1663 werden die jonckspelen verboden.In 1663 werd in Overlangbroek een ongehuwde moeder voor de tweede keer zwanger. Hoe moest dat nu bij de doop? Besloten werd dat in plaats van het ten doop brengen door anderen (getuigen) de moeder nu zelf het kind ten doop moest brengen en bij de preekstoel moest beloven zich voortaan van zulke zonden te onthouden.Adrianus was van plan te trouwen. Maar toen kwam er een kink in de kabel. Want Neeltje zei dat ze zwanger was en dat Adrianus beloofd had dat hij met haar zou trouwen. Maar Neeltje kon op de rechtszitting in Wijk bij Duurstede geen pand tonen, zoals men dat bij ondertrouw gaf. Adrianus schoof Neeltje tenslotte geld toe en trouwde met zijn Klaartje. Voor 17e eeuw kwamen gemengde huwelijken vaak voor. Na die tijd werd dat minder. In 1672 werd Overlangbroek ernstig getroffen door een franse invasie.

Melanchton

Melanchton

Een tijdje was er geen kerkdienst in Overlangbroek omdat de mensen waren gevlucht.Rond 1712 was er een predikant (Ter Brugge) die zijn gemeenteleden regelmatig uitschold. Dat werd de mensen te bar. Daar zei de predikant dat E. de Cruijff noch zijn familie, nooit enige vruchten zou genieten van hun akkers en vee en dat God hem op zijn sterfbed een oordeel zou onthouden. Ook had hij hem met de dood bedreigd. Een ander schold hij uit voor paapse hond. De predikant wordt door de classis geschorst. En er komt een proces. In 1717 stopt de predikant het geld van de armenbussen in zijn zak om de proceskosten te betalen. Wegens onbekwaamheid en gemis van goed gebruik van verstand (ook had hij vloekende kinderen) wordt hij uit het ambt ontzet. Zijn opvolger beklaagde zich over paapse stoutigheden op huize Donselaar. Waar op zondag drie maal een klokje werd geluid voor de mis.

De nieuwe predikant, ds. Kruithof wilde niet meer afhankelijk zijn van de classis. Daarom werd aan de classis verzocht een kerkenraad te mogen vormen. Maar hiervoor moest wel genoeg bijbelkennis (stoffe) aanwezig zijn bij de mannelijke lidmaten. Dit wordt door de classis betwijfeld omdat er naast handtekeningen voor het verzoek ook kruisjes voorkwamen. De vorming van een kerkenraad werd vertraagd doordat de vrouw van de dominee, wegens de grote schulden van haar man, was weggelopen. Nadat de kerkenraad was gevormd ging de dominee eisen stellen aan zijn gemeente. Er kwam een censuur bij het Avondmaal voor degenen die tot in de nacht hadden gedanst op vioolmuziek. En arbeid op zondag is niet gewenst. Zijn gezag nam af mede wegens zijn voortdurende schulden bij lidmaten en bij de koster. Deze laatste nam de bibliotheek van de dominee in beslag.

Ds. Kruithof maakte ruzie met iemand uit Wijk bij Duurstede. Nadat die ruzie was bijgelegd wilde hij het verslag van die ruzie uit de notulen scheuren. De kerkenraad weigerde dit echter. Daarna ontbreken de notulen een lange tijd omdat er op losse blaadjes werd geschreven. In 1731 kwam dominee van Daverveld. Deze wilde de censura morum niet zo strikt meer handhaven als zijn voorganger. Hij wilde zijn schapen houden en niet verliezen. Het gezag van de Overlangbroekse predikant was laag. Zo schreef hij een paar maal een kerkenraadsvergadering uit, waarop niemand kwam. (al moet er wel bij gezegd worden dat dit tijdens de graanoogst was) En op een andere keer wilde de dominee de kerk laten zien aan de gasten. Maar weigerde de koster de sleutel van de kerk te geven. Voor deze kwaadwilligheid werd de koster overigens berispt door de classis.

Predikantenbord

Predikantenbord

Onder de bevolking heerste bijgeloof.  Zo moesten kinderen onttoverd worden als ze behekst waren. In Soest werd een kind door een pastoor onttoverd. De koster van Overlangbroek had zijn kind ook door die pastoor laten onttoveren. Het kind genas. En de Katholieken zeiden: Zie je wel, wij hebben het ware geloof. Dominee Daverman negeerde het feit dat de koster bij die zaak betrokken was. Hij wilde zich niet ongeliefd maken bij de familie van de koster. Dirk de Cruijff was naast koster ook bewaarder van de ridderhofstad, kasteel Zuijlenburg. Hij was een gezien man, maar hij belegde helaas zijn geld niet zo goed en daardoor stierf hij arm. Zijn neef kocht zijn huisraad op zodat zijn weduwe kon blijven wonen. In 1749 volgde Willem zijn vader op als koster op. Hij trok zich weinig aan van de predikanten. Ds. De Bakker beklaagt zich erover dat de koster zijn vrouw heeft beledigd. In 1807 schenkt deze koster een kroonluchter voor in de kerk. Bijgeloof in Overlangbroek blijkt ook in 1773 toen er een duivelbanster werd geraadpleegd.

Zie ook: Lezing over het kerkelijk leven in Overlangbroek tussen 1575 en 1800